dinsdag 26 februari 2013

De dingen; de vondsten

“Wat denk je nu?”

‘Niks.’

“Wel.”

Het was even stil.

‘Ik dacht eigenlijk dat aanraking van het gezicht één van de liefste aanrakingen is.’

Ze streelde met een paar vingers door zijn baard terwijl hij dat zei. Ze hield er even mee op toen ze de woorden op zich in liet werken. Ze ging weer verder toen ze besloot dat ze het ermee eens was. Haar hoofd lag op zijn borst. “Ja, je hebt gelijk.” Ze was blij dat hij dat vond, het gaf iets van zijn aard weer waar ze zo van hield. Hij was opmerkzaam, gevoelig, maar vooral rationeel. Hij was het die zulke dingen bedacht en ze naar het bewustzijn bracht door ze onder woorden te brengen. Zíj moest hem de dingen – de vondsten -  laten uitspreken, want anders deed hij dat niet. Ze zag aan hem wanneer het kon. Ze zag aan hem wanneer hij zou beginnen met praten als ze ernaar vroeg. En wanneer niet.  

Wanneer zíj begon met praten – over échte dingen – dan had hij dat al van mijlenver aan zien komen. Ze had een lange aanlooptijd waarin alles er al op wees dat ze zou gaan storten. Eruit, haar hart. Hij zou luisteren en bevestigen hoe erg alles was – want dat was het, altijd. Daarna zou hij zeggen dat ze sterk was en dat ze dat morgen weer zou voelen. Dan lachte ze door haar tranen heen en voelde ze hoe sterk hij was.

‘Waar denk je aan?’ vroeg hij na een tijdje.

 “Aan perfectie.”







10 opmerkingen:

  1. Heel mooi en inlevend geschreven @->--

    BeantwoordenVerwijderen
  2. ‘Ik dacht eigenlijk dat aanraking van het gezicht één van de liefste aanrakingen is.’ Helemaal eens... heel krachtig !

    BeantwoordenVerwijderen
  3. jaja, waar denk je aan, niets, maar ondertussen... deze is wel heel lief!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ik krijg prompt inspiratie van jouw teksten :)

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ik krijg er zelf ook weer inspiratie van als ik dit teruglees.

    BeantwoordenVerwijderen