Het was druk op de parkeerplaats bij het tankstation. Ze renden naar het winkeltje. Hij trok haar voor een auto vandaan. "Je moet zelf eens opletten, je stelt je zo afhankelijk op." "Ik vertrouw jou gewoon volledig!" riep ze. De zon scheen. Mensen picknickten bij hun auto's. Het gras was te hoog en er lag te veel afval naast de prullenbakken, maar er was geen gevaar. Ze betaalde vijftig cent voor het toilet en hij stond tegen de auto geleund te wachten toen ze hard stampend op de tegels van het trottoir terugkwam.
Toen ze hun weg vervolgden, rook hij aan zijn handen. "Dit is de geur van geluk." Ze keek vreemd terwijl ze diep inademde. "Benzine en Red Bull, dan ben je onderweg. Dat voelt altijd goed." Ze dacht nog dat ze deze uitspraak niet moest vergeten. "Dit soort momenten moet je onthouden," zei hij, "wanneer je gelukkig bent." Hij zei het meer tegen zichzelf dan tegen haar. "Ja," zei ze alleen maar.
Onderweg zijn voelde goed.
...