maandag 9 september 2013

Gelaagde geste

Het was een geste van vriendelijkheid, ik kan hier onmogelijk zeggen: gebaar. ‘Geste’ is een woord dat beter de lading dekt. Wie het verschil met mij ziet, begrijpt wat ik bedoel. Gebaar is hard en koud en koel, hoe vriendelijk ook bedoeld, maar een geste is van de grootste warmte denkbaar, als deze vriendelijk is –en dat is hij altijd. Het woord dreunt al een paar dagen door mijn hoofd: geste. Ik weet niet hoe het erin kwam en ik kan me niet herinneren wanneer ik ooit voor het eerst van het bestaan van dit woord afwist. Ik lieg, maar ik wil het niet delen (ik lijk misschien open, maar dat ben ik niet). Ik weet wel dat ik er onmiddellijk van hield. Met sommige woorden heb ik dat. Nu was het een associatie toen iemand tegen me sprak. Ik krijg soms de vreemdste associaties wanneer mensen tegen me praten. Een blik, een houding, een onhandigheid of een bedoeling. Een pluk haar voor een gezicht of een loensend oog, een scheve tand of een kloddertje speeksel in een mondhoek. Het is moeilijk te luisteren naar wat mensen zeggen, omdat er zoveel is dat kan afleiden. Al deze afleidingen zijn te associëren met woorden.

Ik droom in woorden. Ik zie wel beelden als ik droom, zoals we allemaal doen veronderstel ik –nooit heb ik een ander er expliciet naar gevraagd- , maar als een droom belangrijk is, dan gaat hij altijd gepaard met een woord. Ik zie dan in mijn droom letterlijk een woord, dit kan gedrukt staan of geschreven, knipperend of gewoon aan de rand van het droombeeld constant aanwezig zijn. Wanneer ik ontwaak vervagen de beelden –langzaam maar zeker altijd-, maar zo’n woord kan nog dagen of weken door mijn hoofd spoken, in de exacte vorm van het beeld waarin ik het geschreven zag staan in mijn droom. Ik weet zeker dat zo’n woord me iets wil vertellen en dat ik er wat mee moet. Woorden schreeuwen altijd naar me in mijn droom. Ze vragen de aandacht. Ik zou zo een lijstje kunnen geven van woorden die ik gedroomd heb, maar zo ver wil ik niet gaan.

Geste heb ik niet gedroomd, al zou je dat nu misschien verwachten. Geste kwam op klaarlichte dag tot me. Het dwarrelde zomaar vanuit de lucht mijn geest in, terwijl er iemand tegen me sprak. Geste van vriendelijkheid. Er sprak niet echt iemand tegen me, maar het was de herinnering aan een gesprek. Het was niet voor het eerst dat ik dit woord ‘hoorde’, maar het had een lange reis afgelegd. Het lag ver verborgen in mijn woordenkabinet, omdat er lange tijd geen afleidingen waren geweest die de associatie van dit woord met zich meebrachten. Juist dat laatste maakte dat niet alleen de afleiding, maar zelfs het woord van een onnavolgbare vriendelijkheid werd. Een vriendelijk woord kan slechts vriendelijke zaken omschrijven en herinneringen zijn altijd vriendelijker dan de werkelijkheid waaraan ze herinneren. Herinneringen zijn net dromen. Bij herinneringen heb ik het ook: woorden.

Woorden die ik gedroomd of herinnerd heb, onthoud ik. Ik onthoud ze, tot ik ontdek waarom, en dan koester ik ze. 

...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen