zondag 2 maart 2014

Schelpen op het pad

Ze werd op de grond gegooid, hardhandig, omdat ze niet meewerkte. Ze vleide zich niet neer. Zo was het niet. Ze ging niet netjes liggen. Zelfs niet omdat het moest. Gelukkig lag er vloerbedekking. Gelukkig waren er al duizenden vieze voetstappen overheen gegaan, voordat zij daar lag. Gelukkig was zíj het niet, die dit tot een vuile plek maakte. Het was geen zachte vloerbedekking die draaglijk maakte, desondanks. Het was van dat harde, platgetrapte niets. Een kleur kon je er niet eens van maken. Ze snapte niet waarom het op de grond moest, maar verder kregen ze haar niet. Ze kon haar botten voelen, tegen die grond. Ze had geen lichaam meer, geen lichaam dat haar beschermen zou. Ze voelde alleen de koude grond die hard was. Ze zag dit alles van boven gebeuren, toen ze eenmaal lag. Daarvoor had ze nog gevochten wat ze kon. Daarvoor was ze er nog. Omhoog naar de deurklink had ze gegrepen, om te ontsnappen, maar aan haar arm werd ze teruggetrokken. Haar arm was rood van het knijpen. Toen keek ze naar zichzelf. Ze keek terwijl ze tegelijkertijd de druk op haar dijbenen voelde. En haar knieën. De druk die haar benen uit elkaar hield en tegen de grond duwde. Verder zag ze geen mens en geen gezicht terwijl ze wist dat ze er waren. Twee grote mensen. Ze zag de achterkant van een hoofd en de handen, de handen die haar vasthielden. Ze zag wel haar eigen hoofd, dat heen en weer schudde op de grond, en niet stil bleef liggen. Van links naar rechts ging het, en weer terug, alsmaar. Haar haar zat in de war. Steeds meer los, door haar driftige bewegingen met het hoofd. Ze schreeuwde en ze krijste. Dat hoorde ze niet in haar hoofd, maar ze zag het wel. De rest van de kamer zag ze ook, het interieur zou ze heel nauwkeurig kunnen beschrijven, net als de ruimte die eraan grensde, en die daarnaast, en daarbuiten. De route ernaartoe. Hoe de schelpen op het schelpenpad kraakten onder haar voeten, en hoe tergend lang het duurde, de korte afstand. En achteraf was het altijd net of het niet gebeurd was, of ze het verzonnen had, omdat het niet kon zijn. Niet waar, niet echt. Geen pijn.

5 opmerkingen:

  1. Rauw. Een ander woord heb ik hier niet voor. Kort en rauw en bijzonder knap en indringend beschreven.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Duistere teksten produceer jij. Dat eerst. Knappe constructie. Fijne stijl. Compact blok tekst dat binnenkomt. De fictie maakt dat ik op afstand blijf. Dat vind ik jammer. Verder niets dan lof!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Sterk tekst waar je als lezer meegevoerd wordt naar plekken waar je misschien niet wil zijn (vanwege allerlei alleen bij de lezer bekende redenen), maar waar je toch gefascineerd door raakt (ook weer vanwege allerlei alleen bij de lezer bekende redenen). Deze teksten doen dus iets met je (de lezer dus). En daarom vind ik ze zo belangrijk. Omdat ze grenzen van kennis en inzicht oprekken.
    Het verschil tussen fictie en non-fictie vind ik alleen als een separaat gegeven interessant. Omdat het niet voor de tekst uitmaakt (denk ik) maar voor het beeld dat je als lezer krijgt van de schrijver achter de tekst. En hoe dat je reactie onder een tekst/blogpost bijvoorbeeld kan beïnvloeden

    BeantwoordenVerwijderen