Silhouetten aan de lijn
de schemer en de zon
armen hóóg
het leven in
dansend van verlangen
ongrijpbaar los
in de lijnen rondom
de tallozen;
de nummers
en de cijfers
die bedwingen
alles
wat nog kon
een kras
bovenin
van waar hij reikt -jij
naar schaduwsilhouetten
Maar het hart
maakt muziek
binnenin
het uit
en vér
dooft
de tijd
woensdag 29 april 2015
dinsdag 31 maart 2015
Verdrinkingsarmen
Het water zwemt van de wind vandaan, in rustige golfjes gaat het aan me voorbij. Ik kijk ernaar en volg de deiningen met mijn ogen zover ik kan. Verder dan ik kijken kan gaat het door, oneindig lang.
Ik ben het landschap waar je naar kijkt vanuit de trein, ik ben de kinderen die spelen aan de kant, ik ben de wolken die je in de maling nemen, ook al sta je stil. Ik ben het raam waar je regen langs glijdt, ik ben er en jij gaat voorbij. Jij bent het schip, ik sta aan wal. Je roept me de oceaan over te springen. Ik sta te lachen omdat het zo mooi is om te horen maar niet waar. Ik blijf voor eeuwig hangen in de sprong. Ik weet niet hoe het landen in het water voelt. Een duiker ben ik niet.
En ik kijk je na. Ik kijk naar je, als je er bent, zo aanwezig en vol. Je zwemt met grote slagen sterk, met verdrinkingsarmen. Ik hoop dat ik je energie vang. Je geeft me het gevoel dat ik er ben en nooit meer ga. Je trekt aan mijn arm als ik op mijn horloge kijk om de tijd te vergeten. Ik mag het niet weten, want ik mag niet gaan. Ik voel me aanwezig en blij, omdat ik nodig ben om jou te vangen en te voelen en te zien. Zonder mij pas jij hier ook niet, net als ik, zo samen wij. Ik ben zo blij dat jij er bent, hier en nu, voor mij. Hou me in de gaten, kijk me aan en laat me, laat me gaan.
Het wateroppervlak is terug en vlak. Niets meer te zien. Niets en stil.
Diep en donkerblauw vertrouw ik jou.
Ik spring
En ik kijk je na. Ik kijk naar je, als je er bent, zo aanwezig en vol. Je zwemt met grote slagen sterk, met verdrinkingsarmen. Ik hoop dat ik je energie vang. Je geeft me het gevoel dat ik er ben en nooit meer ga. Je trekt aan mijn arm als ik op mijn horloge kijk om de tijd te vergeten. Ik mag het niet weten, want ik mag niet gaan. Ik voel me aanwezig en blij, omdat ik nodig ben om jou te vangen en te voelen en te zien. Zonder mij pas jij hier ook niet, net als ik, zo samen wij. Ik ben zo blij dat jij er bent, hier en nu, voor mij. Hou me in de gaten, kijk me aan en laat me, laat me gaan.
Het wateroppervlak is terug en vlak. Niets meer te zien. Niets en stil.
Diep en donkerblauw vertrouw ik jou.
Ik spring
vrijdag 27 maart 2015
Dagen van gras
Als kind was ik gefascineerd door het verhaal van Hemelvaart en hoe Jezus op een wolk vertrok naar de hemel. Magnifiek! Wat me daarbij vooral is blijven hangen: de belofte dat Hij terug zou komen. Hij zou terugkomen op dezelfde manier, zo stelde ik me voor. Weer met een wolk naar beneden dus. En als die wolk zou verschijnen vanuit de hemel, dan zou er veel licht zijn en de wolk zou een prachtige vorm hebben. Met mijn buurmeisje -we waren onafscheidelijk- heb ik dágen doorgebracht met wolken observeren. Het werd een soort wedstrijdje: wie zou dé wolk als eerste zien? De wolk die Jezus terug zou brengen. Het kon namelijk ieder moment gebeuren, daar waren wij van overtuigd. Wisten wij veel dat De Noodzaak er nog niet was. We wezen elkaar wolken met de prachtigste vormen aan. Uren lagen we in het gras te kijken en te praten en te wachten en te hopen. Door datzelfde gras liepen we ook rondjes tijdens het bidden. Dat deden we ook samen. Hele verhalen hielden we tegen God. Maar we hadden vooral veel vragen. Vragen die er meestal over gingen of we bij elkaar mochten blijven eten, spelen, slapen. Als het dan mocht van onze moeders, waren we ervan overtuigd dat ons gebed verhoord was. Hij had het gehoord! Ook herinner ik me de teleurstelling als ik een práchtig verhaal had gebeden en het had niet mijn bedoelde effect. Al vroeg leerde ik zo met teleurstellingen omgaan (én verhalen verzinnen!).
Ook nu heb ik een verhaal verzonnen. Een verhaal met een prachtig einde. Een verhaal waarin het ergste geweest zou moeten zijn. Een verhaal waarin de omslag bijna komt. Ik bid niet meer, hoewel ik hoop, zeker als ik op een dag als vandaag naar de wolken kijk. Dan denk ik terug aan hoe ik vroeger met De Dingen omging. Ik hoop zó dat dit verhaal het vervolg mag krijgen zoals het zou kúnnen. Het kan. Het kan nu. Er zijn zoveel spannende verhaallijnen gaande. Eén personage heeft het zichzelf heel moeilijk gemaakt. Voor dit personage komt het er nu op aan. Ik ben een bijpersoon. Elk woord dat ik zeg kan zijn verhaal beïnvloeden, positief of negatief. En dan zijn er ook nog heel veel andere personages, van wie ik alleen maar kan hopen dat ze mee zullen werken. Ik heb geen controle. Ik ben niet de schrijver van het verhaal. Dit hoofdpersonage doet wat het wil. Net als alle andere personages. Wat ík in de wolken zie, hoeft hij niet te zien, en zij niet. Dat is sowieso de pest aan wolken. En ook dat er naarmate de tijd verstrijkt, steeds minder te zien valt, voor een mens als jij en ik. Dat schreef Nijhoff al. Het is tijd dat Hij terugkomt op die wolk en wonderen verricht. Het is tijd om te geloven. Het móet. Het zijn dagen van gras en van verzinnen. Wat verzonnen is, dat kan gebeuren. Als, dan zal ik in mijn handen klappen en rondjes springen door het gras, precies als toen.
Ook nu heb ik een verhaal verzonnen. Een verhaal met een prachtig einde. Een verhaal waarin het ergste geweest zou moeten zijn. Een verhaal waarin de omslag bijna komt. Ik bid niet meer, hoewel ik hoop, zeker als ik op een dag als vandaag naar de wolken kijk. Dan denk ik terug aan hoe ik vroeger met De Dingen omging. Ik hoop zó dat dit verhaal het vervolg mag krijgen zoals het zou kúnnen. Het kan. Het kan nu. Er zijn zoveel spannende verhaallijnen gaande. Eén personage heeft het zichzelf heel moeilijk gemaakt. Voor dit personage komt het er nu op aan. Ik ben een bijpersoon. Elk woord dat ik zeg kan zijn verhaal beïnvloeden, positief of negatief. En dan zijn er ook nog heel veel andere personages, van wie ik alleen maar kan hopen dat ze mee zullen werken. Ik heb geen controle. Ik ben niet de schrijver van het verhaal. Dit hoofdpersonage doet wat het wil. Net als alle andere personages. Wat ík in de wolken zie, hoeft hij niet te zien, en zij niet. Dat is sowieso de pest aan wolken. En ook dat er naarmate de tijd verstrijkt, steeds minder te zien valt, voor een mens als jij en ik. Dat schreef Nijhoff al. Het is tijd dat Hij terugkomt op die wolk en wonderen verricht. Het is tijd om te geloven. Het móet. Het zijn dagen van gras en van verzinnen. Wat verzonnen is, dat kan gebeuren. Als, dan zal ik in mijn handen klappen en rondjes springen door het gras, precies als toen.
woensdag 25 maart 2015
Wakker
Het was de wind die naar binnen waaide
en mij slapend suste
Het was de boom voor het raam die zwiepte
zwaaide
en mij wiegde op de droom van
de muziek -jouw muziek!- op de achtergrond
die galmde
door de stilte
(...)
en mij hoorde. slaapwandelen
actief!
De hartslag in mijn lijf die riep
dat de nachten lang zijn
maar de dagen korter
als je langer slaapt
en doet alsóf
het nodig is
de rouw
Dat is best een wel
lief!-
vaarwel
geweest
..van jou
en mij slapend suste
Het was de boom voor het raam die zwiepte
zwaaide
en mij wiegde op de droom van
de muziek -jouw muziek!- op de achtergrond
die galmde
door de stilte
(...)
en mij hoorde. slaapwandelen
actief!
De hartslag in mijn lijf die riep
dat de nachten lang zijn
maar de dagen korter
als je langer slaapt
en doet alsóf
het nodig is
de rouw
Dat is best een wel
lief!-
vaarwel
geweest
..van jou
zondag 15 maart 2015
Fantoompijn
Het is al even geleden
dat ik je zag.
Het is even geleden
dat ik je liet praten,
naar je luisterde,
naar je adem en je stem,
je ogen en je bijna-lach
Het is geleden
dat ik je hoorde
en kon zien
kon laten zijn
al mijn
Het is het meest waanzinnige
van de wereld
en de tijd
dat je gebeurd bent
en verstrijkt
hoe je verloren
ging, zo plotseling
geschiedenis
dat ik je mis
nog voor je was
Je waant je wel
aanwezig
hier en nu, bij mij
maar je snapt toch wel
dat ik je niet zie
niet luister
me niet bekommer
om kwade kelderingen
van zorgeloos geluk
op klaarlichte dag
Je denkt maar
dat je alles mag
Het is geleden
dat ik je zag
dat ik je zag.
Het is even geleden
dat ik je liet praten,
naar je luisterde,
naar je adem en je stem,
je ogen en je bijna-lach
Het is geleden
dat ik je hoorde
en kon zien
kon laten zijn
al mijn
Het is het meest waanzinnige
van de wereld
en de tijd
dat je gebeurd bent
en verstrijkt
hoe je verloren
ging, zo plotseling
geschiedenis
dat ik je mis
nog voor je was
Je waant je wel
aanwezig
hier en nu, bij mij
maar je snapt toch wel
dat ik je niet zie
niet luister
me niet bekommer
om kwade kelderingen
van zorgeloos geluk
op klaarlichte dag
Je denkt maar
dat je alles mag
Het is geleden
dat ik je zag
Zondag
En het uitzicht is verstild
zodra we opstaan
alsof
Alsof
de tijd heeft gewacht
op ons, de dag
Auto's rijden niet
mensen praten niet
zelfs de wind
waait niet
als wij slapen
Hou je aan de wolken
vast
Stoplichten
blijven voor altijd
tot ik met mijn ogen knipper
op groen en rood
bestaat niet op de straat
Honden wandelen niet
langs het gras en de bomen
vallen zonder beweging
om. Winkels zijn er niet
en huizen staan leeg
zo onbewoond zo stil
alsof. Alsof we niet bestaan
Ik droom de dag
zodra we opstaan
alsof
Alsof
de tijd heeft gewacht
op ons, de dag
Auto's rijden niet
mensen praten niet
zelfs de wind
waait niet
als wij slapen
Hou je aan de wolken
vast
Stoplichten
blijven voor altijd
tot ik met mijn ogen knipper
op groen en rood
bestaat niet op de straat
Honden wandelen niet
langs het gras en de bomen
vallen zonder beweging
om. Winkels zijn er niet
en huizen staan leeg
zo onbewoond zo stil
alsof. Alsof we niet bestaan
Ik droom de dag
zaterdag 14 maart 2015
Zaterdag
Grote kinderen zijn we
Bij de kassa in de rij
Wil je een kindersurprise-ei?
Gegniffel en een hand
naar de lopende band
met de rijst en de prei
Jij mag inladen en ik
betaal, de waarde van papier
is meer, ik betaal
voor ons,
ik vier
maandag 22 december 2014
Trammelant
Hij was haar zon
en hij brandde
de maan
vol met kraters
haar lach
hield de wacht
tot de vloed en het eb
en het zand in de schep
kwam
Ze noemde hem trammelant
en ze was bedaard
bedaard tot in blij
en de wolken die dreven voorbij
en hij brandde
de maan
vol met kraters
haar lach
hield de wacht
tot de vloed en het eb
en het zand in de schep
kwam
Ze noemde hem trammelant
en ze was bedaard
bedaard tot in blij
en de wolken die dreven voorbij
woensdag 18 juni 2014
Noodgewoon
Hij belde vanuit de drukte. De drukte die hij specificeerde. Hij belde haar nooit. Hij zou haar nooit zomaar bellen. Dat wist ze. Ze nam op, in haar rol. Haar rol die ze desondanks anders was gaan spelen, in de jaren. Ze was alert. Hij begon te praten, maar ze verstond er niets van. Hij kon haar ook niet verstaan. De ruis was tekenend voor hoe hun contact altijd geweest was, hun werelden te verschillend, te ver. De verbinding was slecht en de wind maakte zo'n herrie dat praten - nee luisteren - onmogelijk werd gemaakt.
Hij belde haar vanuit de drukte van de wind. Het was de enige manier waarop hij van zich kon laten horen, in een impuls. Het was ook de enige staat waarin hij zich bevond: in de drukte van de wind. Zijn hoofd. Zijn lijf dat zich geen raad wist, niet kon rennen, niet kon vluchten, alleen maar blijven staan. Staan waar iedereen moest wijken. Het moest luchtig blijven, het telefoongesprek. Dat was alles wat hij kende. Ze was zich bewust van de noodzaak. Het was wat zij ook gekend had. Ze deed of ze hem iedere dag sprak. Ze wist dat dat de enige manier was waarop hij los zou laten. Ze begon te praten over zichzelf. Ze sprak in de nonchalante woorden die hem eigen waren. Ze vloekte wat, ze schopte wat om zich heen. Ze paste zich gemakkelijk aan, maar ze was ook open. Over zichzelf. Voor hem.
Ze moest in geen geval ergens naar vragen, want anders had zij het gedaan. Zo was het altijd geweest. Toen ze zich teruggetrokken had, resoluut, had ze niet meer bestaan. Een last van zijn schouders, voor een tijdlang, voor een tijd waarin hij schelden kon en stáán, maar nu belde hij. Hij belde haar, omdat de verdwijning groter werd om hem heen en omdat zij niet verdwenen was. Soms schreeuwde ze door de wind en door de lucht, wanneer hij zijn handen voor zijn oren hield, maar haar wel zag. Blindheid kon hij niet veinzen. Ze zou blijven waar ze was. Omdat hij misschien toch wel eens nadacht over haar en over de wereld. Zijn wereld. Haar wereld. Hun wereld die ooit samen begonnen was, heel klein. Heel ver. Verleden.
Hij belde haar vanuit de drukte van de wind. Het was de enige manier waarop hij van zich kon laten horen, in een impuls. Het was ook de enige staat waarin hij zich bevond: in de drukte van de wind. Zijn hoofd. Zijn lijf dat zich geen raad wist, niet kon rennen, niet kon vluchten, alleen maar blijven staan. Staan waar iedereen moest wijken. Het moest luchtig blijven, het telefoongesprek. Dat was alles wat hij kende. Ze was zich bewust van de noodzaak. Het was wat zij ook gekend had. Ze deed of ze hem iedere dag sprak. Ze wist dat dat de enige manier was waarop hij los zou laten. Ze begon te praten over zichzelf. Ze sprak in de nonchalante woorden die hem eigen waren. Ze vloekte wat, ze schopte wat om zich heen. Ze paste zich gemakkelijk aan, maar ze was ook open. Over zichzelf. Voor hem.
Ze moest in geen geval ergens naar vragen, want anders had zij het gedaan. Zo was het altijd geweest. Toen ze zich teruggetrokken had, resoluut, had ze niet meer bestaan. Een last van zijn schouders, voor een tijdlang, voor een tijd waarin hij schelden kon en stáán, maar nu belde hij. Hij belde haar, omdat de verdwijning groter werd om hem heen en omdat zij niet verdwenen was. Soms schreeuwde ze door de wind en door de lucht, wanneer hij zijn handen voor zijn oren hield, maar haar wel zag. Blindheid kon hij niet veinzen. Ze zou blijven waar ze was. Omdat hij misschien toch wel eens nadacht over haar en over de wereld. Zijn wereld. Haar wereld. Hun wereld die ooit samen begonnen was, heel klein. Heel ver. Verleden.
Abonneren op:
Posts (Atom)